Gelukkig zijn, heel gelukkig zijn.

Het lijkt voor veel mensen het belangrijkste levensdoel. Het leven als één groot festival.

Of, in de woorden van hoogleraar psychiatrie Dirk De Wachter: ‘We willen het ultieme geluk en we willen het nu.’

Juist daardoor worden we ongelukkig.

Veel mensen gaan er namelijk vanuit dat het geluk zelf te maken is. Gelukkige mensen worden fantastisch gevonden, ongelukkige mensen voelen zich af en toe mislukkelingen.

De geluksobsessie leidt daardoor tot veel trots op momenten dat het goed gaat. Maar de ongelukkigheid, depressiviteit en burn-outs liggen op de loer.

Waarom we dan toch zo graag het ultieme geluk willen. En of het misschien ook anders kan.

Wat is jouw levensdoel?

Dit project is een initiatief van documentairemaker, gespreksleider en trainer Floris Alberse.

LUISTER

In de radiodocumentaire Dokter, ik moet gelukkig zijn zoekt Floris Alberse (28) uit hoe diep de geluksobsessie in onze samenleving en generatie zit. Hij gaat bovendien op zoek naar een ander doel in zijn leven. Dat blijkt nog niet zo gemakkelijk.

Floris spreekt in de documentaire met: psychiater en hoogleraar Dirk De Wachter (KU Leuven, auteur Borderline Times en Liefde), The School of Life-docent Franka Karsten, coach en loopbaanbegeleider Femmy Wolthuis (Universiteit van Amsterdam) en zijn eigen ouders. Ook gaat hij te rade bij Prinses Irene. Zij schreef boeken over zingeving en ‘natuurlijk leiderschap’.

Dokter, ik moet gelukkig zijn - Prinses Irene en Floris Alberse
LUISTER DOCUMENTAIRE HIER
VPRO - Radio 1 - RadioDoc

In Radio EenVandaag (NPO Radio 1, AVROTROS) interviewden Suzanne Bosman en Bas van Werven Floris over de geluksobsessie en de vraag: wat dan wel?

Dolf Jansen en Felix Meurders gingen op Radio 2 (VARABNN) in gesprek met Franka Karsten (The School of Life) en Floris Alberse in het programma Spijkers met Koppen:

LEES

Over onze geluksobsessie. Over de vraag: wat is een ander levensdoel? En in de conclusie: hoe komt het dat belangrijke waarden bedolven raken? Lees het artikel van Floris.

Een half jaar geleden, een koude avond in maart. Ik heb een avondje vrij, dus tijd voor echte ontspanning. En hoe kan dat beter dan met een tv-serie?

Met een ovenpizza spinazie ga ik op de bank zitten. Op het salontafeltje zie ik een rood boekje liggen, gekregen van mijn schoonmoeder. Even wil ik het pakken, maar nee, met een tv-serie kan ik veel beter ontspannen. Ik selecteer een tv-serie.

Het feest van mijn vrije avond kan beginnen.

Een minuut of vijf en een pizzapunt verder. Ik kom niet in het verhaal. Ik vind het maar ongeloofwaardig en saai. Ik besluit een andere serie te zoeken. De pizza wordt inmiddels koud. Ook deze andere serie vind ik na een paar minuten als vervelend traag.

Ik baal.

Ook m’n derde en vierde pogingen mislukken. Boos vraag ik me af waarom er zo weinig echt goede series gemaakt worden. Ik zet de tv uit en hap m’n koude pizza met tegenzin weg.

‘We willen het ultieme geluk’

Dan valt mijn oog opnieuw op het rode boekje op de salontafel. Ik sla het van ellendigheid open. ‘Alles moet fantastisch zijn, opwindend als een rollercoaster,’ lees ik. ‘We willen het ultieme geluk, en we willen het nu.’ Zo is het.

‘Het streven naar een constante individuele gelukstoestand is dwingend. Het moet. Daarom word je ongelukkig als het niet lukt.’ De analyse van mijn toestand op dat moment kan niet adequater. Ik wil ultiem vermaakt worden met een tv-serie, maar het lukt niet meteen, waardoor ik me ontevreden, gefrustreerd en ongelukkig voel.

Dat geldt niet alleen voor mijn vrije tijd, bedenk ik me met een lichte schok. Eigenlijk leef ik in de verwachting dat mijn hele leven één groot festival is. Ook qua werk: als het even iets minder plezierig of interessant is, ben ik ontevreden.

Natuurlijk ben ik niet alleen maar uit op puur genot. Ik wil in mijn leven ook ‘het goede’ doen: zorgen voor mijn geliefde, vrienden, familie, collega’s. Maar net als bij veel andere mensen die in hun leven alle kansen en mogelijkheden kregen, zit het streven naar het ultieme plezier in bijna alles wat ik doe.

Juist door die obsessie word ik ongelukkig, begrijp ik uit het rode boekje. Beetje dom is het wel. Waarom wil ik zo gelukkig zijn?

Ik zoek contact met de auteur van het boek: Dirk De Wachter. Hoogleraar in de psychiatrie aan de Universiteit van Leuven en auteur van de bestseller ‘Borderline Times’ en ‘Liefde, een onmogelijk verlangen’. De Wachter ontvangt me in zijn wat donkere spreekkamer in een deftig Antwerps huis.

‘Het is een probleem van onze tijd: alles moet altijd maar plesant en leuk zijn. In Nederland nog meer dan in Vlaanderen,’ zegt De Wachter. Als voorbeeld noemt hij de sociale media waarin foto’s van lachende mensen de norm is. ‘Dat leidt tot een enorme druk bij veel mensen, want zo zit de werkelijkheid niet in elkaar.’

Het verlangen om van het leven een aaneenrijging van genotsmomenten te maken is volgens De Wachter overal te zien. Wetenschappelijke cijfers zijn er niet van, maar er zijn wel veelzeggende indicaties.

De roes van Het Kralingse Bos

Natuurlijk de sociale media. Sinds de introductie van Facebook, Twitter en Instagram krijgen de gebruikers ervan een vloedgolf over zich heen met succesverhalen van gelukkige mensen.

Of neem het aantal festivals. In 1970 was er welgeteld één bubble waarin mensen gemeenschappelijk de roes opzochten: het Holland Pop Festival in het Kralingse Bos. Het aantal festivals steeg sindsdien explosief. Uit onderzoek van bureau Respons blijkt dat je per jaar inmiddels kunt kiezen uit maar liefst 801 meerdaagse festivals.

Ander voorbeeld. Vreemdgaan is natuurlijk van alle tijden, maar dat er reclame voor gemaakt wordt is nieuw. ‘Ben jij ook gelukkig getrouwd?’ zeggen de radiospotjes van zo’n datingsite. Iedereen mag natuurlijk lekker zijn of haar gang gaan. Maar de reclames bevestigen impliciet het ideaalbeeld dat het leven altijd orgastisch hoort te zijn.

We koesteren bovendien de illusie dat we het geluk kunnen kopen, aldus De Wachter. Voorbeelden van reclames te over: ‘Genieten en genieten’, ‘puur genieten’, ‘minder calorieën, meer genieten’. Of laatst een reclamecampagne van Coca Cola. Affiches in de stad met een afbeelding van een ouder echtpaar met daarbij de tekst ‘We choose happinness over years.’ Alsof de aankoop van een blikje cola je zó gelukkig maakt, dat je spontaan het verval van je lichaam vergeet.

Ook politici lijken vatbaar voor de geluksobsessie: vorige week ging de speciale Tweede Kamercommissie Breed welvaartsbegrip van start. Een initiatief van GroenLinks. Die partij pleitte in de tijd van Femke Halsema al voor het invoeren van het ‘Bruto Nationaal Geluk’, zoals in het Aziatische ministaatje Bhutan.

Te hoge verwachtingen

Maar kijk uit voor het verheerlijken van geluk als belangrijkste beleids- of levensdoel, zegt De Wachter. Voordat je het weet vergroten we ‘de paradox van onze gelukkigheidsmaatschappij’.

We maken al snel problemen waar ze niet zijn. Een klein beetje ongeluk verheffen we tot grote problematiek: ‘Het kleine verdriet wordt gebrandmerkt tot psychopathologie.’

Het gebruik van Facebook verhoogt weliswaar op korte termijn het geluksgevoel; uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat het medium op de lange termijn ongelukkiger maakt.

Mijn verwachtingen van een vrije avond zijn zó doorgeschoten, dat het alleen maar kan leiden tot teleurstelling en boosheid.

Het gevaar schuilt niet alleen in die hoge geluksverwachtingen en de bijkomstige teleurstellingen, maar ook in het wijdverspreide idee dat je zelf verantwoordelijk bent voor het geluk. ‘Gelukkige mensen worden fantastisch gevonden, omdat de veronderstelling is dat zij hun paradijs zelf gemaakt hebben,’ zegt De Wachter.

Mensen die wat ongelukkig zijn voelen zich falers. Ze hebben hun ongeluk aan zichzelf te wijten, denken ze, waardoor zij nog ongelukkiger worden. ‘Met helaas soms langdurige depressiviteit en burn-outs tot gevolg.’ Patiënten die de psychiater dagelijks in zijn spreekkamer ontvangt.

De Oude Grieken keken er heel anders naar

De overtuiging dat iedereen zelf verantwoordelijk is voor het eigen geluk is niet vanzelfsprekend.

De Oude Grieken dachten er bijvoorbeeld heel anders over, zegt Franka Karsten, docent bij The School of Life. ‘Het leven van de Oude Grieken was behoorlijk zwaar. Er waren veel oorlogen en veel kinderen werden niet ouder dan vijf jaar.’ De Oude Grieken geloofden dan ook dat je geen invloed hebt op geluk. Het was een zaak van de Goden, of van het lot.

Die gedachte is eeuwenlang gebleven. Karsten ziet het terug in onze taal. ‘Het Engelse woord happiness bijvoorbeeld stamt af van het Oud-Noors. In die taal betekent hap zoiets als “kans” of “voorspoed”. Ook het Nederlands woord geluk is terug te leiden tot het Oud-Germaanse luk, dat ook duidt op “kans”.’

The pursuit of happiness

Het beeld kantelde tijdens de Verlichting. Karsten: ‘We gingen wetenschap beoefenen waarmee de tijd van de onttovering kwam.’ Gebeurtenissen werden steeds minder toegeschreven aan het lot of aan God. Geluk werd nu van de mensen zelf.

Interessant: dit is terug te zien in de juridische documenten die in die tijd werden opgesteld. De onafhankelijkheidsverklaring van de Verenigde Staten uit 1776 bijvoorbeeld. Daarin staat dat iedere burger het recht heeft op het nastreven van geluk.

‘We hold these truths to be self-evident, that all men are created equal, that they are endowed by their Creator with certain unalienable rights, that among these are Life, Liberty and the pursuit of Happiness.’
Ook in Europa verspreidde dat idee zich al snel. In artikel 1 van de Franse grondwet kwam te staan dat de samenleving het geluk van allen tot doel heeft.

Geluk werd dus iets nastrevenswaardig, iets waar je achteraan moest gaan.

Toch lijkt de geluksobsessie van mijn generatie ook iets nieuws: geluk wordt gereduceerd tot plezier. Veel twintigers van nu excelleren in het verheffen van het genot tot hun belangrijkste levensdoel. Hoe komt dat eigenlijk?

Allereerst het voor de hand liggende: onze opa’s en oma’s streden in de Tweede Wereldoorlog voor vrijheid en daarna voor de wederopbouw van Nederland. Onze ouders ontworstelden zich in de decennia er na aan de verzuiling. En mijn generatie? We kregen vooral veel vrijheid. En die vrijheid ging behoorlijk ver.

Ik wil beter begrijpen hoe het zit en ga erover in gesprek met mijn ouders. Mijn moeder (geboren in 1954, maatschappelijk werker en huismoeder) vertelt een veelzeggende anekdote. ‘Als jullie vroeger op straat speelden, mochten jullie nooit voorbij een bepaald paaltje. Jij deed dat toch, en toen heb ik maar een volgend paaltje aangewezen als grens. Ook op school heb ik zelfs aan docenten gevraagd of ze je af en toe wat meer vrijheid wilden geven.’ Ze lacht. Alles voor een gelukkig kind.

De opdracht tot geluk heeft impliciet in de opvoeding gezeten, begrijp ik in gesprek met mijn ouders. Zij voedden mijn broer, zusje en mij op met het idee: ‘Wíj zijn gelukkig als jullie het zijn.’ Een extra verantwoordelijkheid dus, want mijn geluk zal ook hen geluk doen ervaren.

Tegelijkertijd blijkt de lat voor hen helemaal niet zo hoog te liggen als ik denk. Om mijn streven naar een constant euforisch gevoel moet mijn vader (60 jaar, oud-politicus, nu adviseur democratische vernieuwing) lachen. ‘Het klinkt wat oubollig, maar ik denk dat het je goed zal doen als je vaker gewoon tevreden kunt zijn.’

Dan is het zover:

Plechtig besluit ik het genotsdoel van me af te werpen. Weg met dat lege adagium dat alles altijd leuk moet zijn.

Maar wat dan wel?

Natuurlijk weten dominees, imams, priesters en rabbijnen wel raad met die vraag. Maar het traditionele geloof heb ik gedag gezegd.

Ik praat er over met Femmy Wolthuis. Ze is coach en loopbaanbegeleider van de Universiteit van Amsterdam. Ze begeleidde de afgelopen vijftien jaar duizenden twintigers in loopbaan- en levensvragen.

Ze heeft een idee hoe ik diepere waarden in mijn leven op het spoor kan komen. ‘Ga eens bijhouden waar je energie van krijgt,’ zegt ze bevlogen. ‘Waar valt je oog op in de krant of op internet? Let er eens op wat de dingen zijn die je aandacht trekken.’

Het zijn manieren om mijzelf beter te leren kennen en te ontdekken waar ik aan wil bijdragen. ‘Wees ook alert op de plotselinge dingen die gebeuren,’ voegt Femmy er nog aan toe. ‘Misschien spreek je opeens iemand die je blik verruimt.’

Er gaat een tijd voorbij

Opeens komt er zo’n onverwachte suggestie als ik in gesprek ben met Ben Steeman. Hij is psycholoog, trainer en coach. Ik vertel hem over mijn zoektocht naar een zinnig bestaan en dan zegt hij: ‘Volgens mij zou je eens met Prinses Irene moeten gaan praten. Zij heeft heel andere ideeën over geluk en de zin van het leven.’

Irene van Lippe-Biesterfeld, geboren in 1939. Ze schreef boeken over natuur, zingeving en ‘natuurlijk leiderschap’, waaronder ‘Leven in verbinding’. Prinses Irene geeft veel lezingen over de thema’s. Jaren geleden richtte ze een organisatie op, waar ze voorzitter van is: het Natuurcollege. Ik dien een interviewverzoek in en Prinses Irene staat open voor een ontmoeting.

In het weiland voor haar Wassenaarse huis staan vijf herten. Prinses Irene zie ik in de deuropening staan. Een beetje gespannen geef ik haar een hand.

Om het gesprek op gang te brengen wil ik zeggen hoe prachtig de herten in de wei zijn, maar ik word lachend terecht gewezen. ‘Reeën zijn het! Herten zijn zo groot als koeien.’

We nemen plaats in de zitkamer van het huis. Donker parket, een schilderij in pasteltinten, fleurige gordijnen. We kijken uit op de wei, waar de reeën ons nog staan aan te kijken.

De verbinding met alles wat leeft

Ik vraag wat het levensdoel van Prinses Irene zelf is.

‘Ik wil de wereld mooier maken dan dat het nu is. Ik wil bijdragen aan een wereld waarin mensen meer in verbinding staan met zichzelf en met hun omgeving. Daarnaast probeer ik ervoor te zorgen dat mensen begrijpen dat we samen iets kunnen opbouwen, in plaats van iets af te breken.’

Achter het levensdoel schuilt een wereldbeeld.

‘Alles vormt uiteindelijk één geheel op aarde. Alles is afhankelijk van elkaar om te leven. Je kunt niet leven zonder planten, dieren en mineralen,’ vertelt Prinses Irene.

‘Pas in die verbinding begin je te zijn. En de natuur kan je ook een emotie aanbieden. Neem bijvoorbeeld de reeën in de wij. Toen je daar net naar keek was er een wisselwerking tussen jou en de natuur. Maakte dat je blij?’

Ik antwoord dat ik het wel een bijzonder moment vond. ‘Kijk, dat komt doordat er iets anders is dat in verbinding met jou staat. Ook die emotionele verbinding is zo belangrijk!’

Ik ben altijd en overal onderdeel van het grotere geheel. Van mijn familie, vrienden, collega’s, en ook van de aarde. Ik ben dus verbonden met de mensen om me heen en met het universum.

Heb ik daardoor dan ook een doel?

‘Je hebt je plaats, of je nou wil of niet. Je doet mee aan de toekomst van deze wereld.’ Voorbeeld: ‘Als jij roddelt of ontevreden bent, dan heeft dat een effect op de mensen om je heen. Maar als jij iets van je leven probeert te maken, dan heeft dat opbouwend effect. Dus jij bent belangrijk in hoe je denkt en in wat jij doet, jij doet er toe!’

Ik doe er dus toe.

Het lijkt alsof de woorden van Prinses Irene me in contact brengen met een dieper soort geluk. Niet slechts het vrij platte plezier, maar juist de verbondenheid met mensen om mij heen en alles wat leeft. In die verbondenheid kan ik van betekenis zijn.

Het is nog geen concreet levensdoel dat ik nu voor mijzelf geformuleerd heb. Daarmee ga ik nog aan de slag. Maar dit mens- en wereldbeeld is wel een soort landkaart waarbinnen ik dat levensdoel verder kan gaan ontdekken.

Eén ding verwart me: het klinkt zo vanzelfsprekend, zo eenvoudig.

Op de een of andere manier weet ik namelijk ‘diep van binnen’ al lang wat Prinses Irene zegt. Waarom zette ik dan toch zo in op het vluchtige geluk? Van betekenis zijn voor anderen was belangrijk, maar moest het doen met een gedeelde eerste –soms tweede– plaats.

Ik denk dat mijn diepere waarden de afgelopen jaren bedolven zijn geraakt. Bedolven onder reclames die me continu koopbare genotsmomenten willen opdringen. Bedolven onder de sociale media-berichten die voortdurend tonen hoe geweldig het leven is. En bedolven onder de gehypte festivalstemming van een generatie die heel veel wil genieten.

Het wordt tijd om me daarvan te bevrijden.

KIJK

  • Waar doe jij het voor?

    De Britse auteur Simon Sinek legt in deze TedTalk uit hoe je tot een zinnige invulling van je (werkende) leven kunt komen. Begin niet met het hoe, zegt hij, maar met het waarom.

  • Pleidooi voor een beetje ongelukkig zijn
    We moeten leren af en toe een beetje ongelukkig te zijn, bepleit psychiater en hoogleraar Dirk De Wachter. Hij vertelt er uitgebreid over in het tv-programma NTR Academie.
Floris Alberse in Tijd voor Max
  • Troostaankopen en consumptiegeluk
    Meer over onze geluksobsessie in het tv-programma Tijd voor Max op NPO 2. Floris in gesprek met onder andere Catherine Keyl. Zij vertelt dat ze soms een bh koopt om gelukkig te worden.

LEES MEER: Dichterbij je drijfveren en levensdoelen

Vijf veel gestelde vragen over levensdoelen en drijfveren aan Femmy Wolthuis. Zij begeleidde duizenden twintigers bij loopbaan- en levensvragen. Dat doet ze vanuit de Universiteit van Amsterdam, waar ze deel uitmaakt van het team loopbaanbegeleiders van Studenten Services.
Tekst: Femmy Wolthuis.

Ik wil eerst ingaan op het woord ‘doel’. Een doel wordt vaak gezien als iets dat buiten jezelf ligt en dat je moet bereiken. Je wilt een mooi huis, een fijne partner, een baan waarin je gelukkig bent, een reis maken waar je van droomt. Het gaat dan om dingen die je wil bereiken in dit leven.

Een levensdoel is voor mij iets anders. Dat ligt volgens mij namelijk niet ‘buiten’ jezelf. Een levensdoel komt van binnenuit. Ik noem het dan ook eerder een ‘levensbestemming’, of misschien wel ‘roeping’.

Wij als mensen dragen onze bestemming in ons.

Daarin verschillen wij als mensen niet van dieren en planten. Een kastanjeboom kan niet anders dan kastanjes maken, een tomatenplant geeft tomaten. Wij mensen produceren ook vruchten, alleen niet in de letterlijke zin. Onze vruchten zijn de manieren hoe wij met elkaar omgaan en de dingen die wij realiseren in dit leven. Onze levensbestemming ligt naar mijn overtuiging dus vervat in onszelf.

Het is de uitnodiging aan ons is om te luisteren naar ‘wat er wil gebeuren in ons leven’.

Dat is denk ik iets wat je door je hele leven heen gaat ontdekken. Je hele leven is het ontdekken wat jij hier op deze wereld mag doen.

Als klein kind ben je daar helemaal niet bewust mee bezig. Je bent er, je leeft, je neemt allemaal indrukken in je op. Het verschil tussen jou en de wereld om je heen is er nog niet. Daarna begin je te ontdekken dat jij en de wereld niet samenvallen, maar dat jij als persoon bestaat. Je begint je individualiteit te ontdekken en te uiten.

In de puberteit vraag je je af: ‘Bij welke groep hoor ik? Hoe verhoud ik mij tot de buitenwereld?’ Daarna komt er voor veel mensen een tijd waarin ze ontdekken dat ze ook ‘los van die buitenwereld’ verkrijgbaar zijn, vanuit het besef: ‘Ik heb iets unieks te brengen in deze groep.’ Je maakt van alles mee en ontdekt steeds meer van jezelf.

Als het stroomt, als het gaat, als je er plezier aan beleeft en als je ziet dat jij iets bijdraagt aan de wereld om je heen, dan ben je op het juiste pad: je leeft dan vanuit je bestemming.

Dat wil overigens niet meteen zeggen dat je voortdurend zielsgelukkig bent. Of dat de omstandigheden waarin je leeft gemakkelijk zijn. Er is wel een soort weten van binnen: ‘Ja, dit klopt. Dit heb ik te doen.’

Dat kan soms ook offers van je vragen. Het kan bijvoorbeeld betekenen dat je tegen de meningen van anderen in iets doet wat nodig is, omdat jij weet dat het klopt om dat te doen.

Ja, om het heel persoonlijk te houden: mijn eigen loopbaan.

Ik heb van huis uit meegekregen dat het belangrijk is om voor je medemens te zorgen, wereldwijd. Armoede is onrechtvaardig en daar zou je iets aan moeten doen. Dat kwam mede door mijn moeder, die actief was op het gebied van ontwikkelingssamenwerking.

Toen ik ging studeren koos ik voor de studie sociale wetenschappen. Ik wilde leren hoe ik de wereld rechtvaardiger zou kunnen maken. Daarom koos ik voor de richting Internationale Betrekkingen met vakken over ontwikkelingssamenwerking. Ik dacht echt dat ik daarmee precies deed wat ik had te doen.

Maar dat bleek niet zo te zijn.

Toen ik na mijn studie aan het werk ging op het gebied van internationale betrekkingen en de wereld overvloog om te praten over vakbondsrechten voor vrouwen, ontdekte ik dat ik het directe contact met mensen miste. Ik praatte óver ze, in plaats van mèt ze. Ik besloot niet verder te gaan met dit werk.

Wat ik wel moest gaan doen? Ik wist het nog niet.

Er was gedurende die jaren een zachte ‘stem van binnen’ die me iedere keer influisterde: ‘Dit past echt bij je, en dat ook.’ Eerst luisterde ik niet naar dat stemmetje, want ik had mijn pad al uitgestippeld. Ik heb gedurende mijn zoektocht geleerd om dat stemmetje heel serieus te nemen, want het is mijn gids.

Iedereen heeft naar mijn overtuiging zo’n stemmetje van binnen. Om je levensbestemming te vinden, kun je jezelf dus trainen naar dat zachte stemmetje in jezelf te luisteren.

Dat kan soms moeilijk zijn, dat is het voor mij soms ook nog steeds, maar het is het oefenen zeker waard.

Allereerst door de dingen die in je leven gebeuren serieus te nemen.

Ik ging op een gegeven met buikpijn naar mijn werk. Ik had door kunnen gaan en had tegen mezelf kunnen zeggen: ‘Kom op, stel je niet aan, niet zeuren.’ Maar mijn lijf vertelde mij dat het niet klopte.

Op een dag kreeg ik de keuze: of ik moest me aanpassen of ik zou vertrekken en nog een maandsalaris meekrijgen. Ik koos voor het laatste. Dat vond ik erg spannend, want ik had geld nodig en ik had nog geen uitzicht op ander werk.

Toch heb ik het gedaan, omdat ik van binnen wist dat het moest, omdat ik het diepe vertrouwen had dat er wel iets anders op mijn pad zou komen.

Dat gebeurde. Een paar weken later vond ik ander werk.

Er is nog iets wat volgens mij belangrijk is om te beseffen. We hebben als mensen een buitenwereld en binnenwereld. De buitenwereld kennen we als geen ander. Het is de tastbare wereld om ons heen van werk, gezin, vrienden, etc.

De binnenwereld is met onze ogen niet zichtbaar, maar ze is er wel degelijk. Het is de wereld van de gevoelens, de ervaringen, de gedachten, de overtuigingen, de intuïtie. Dat maakt haar ook spannend. Want je kunt je eigen angsten tegenkomen, je kunt je eigen overtuigingen tegenkomen die je misschien wel belemmeren. En je komt er ook je creativiteit tegen, en je liefde en het plezier. In deze binnenwereld kom je die zachte stem tegen die je influistert: ‘Dit wel, dit niet. Ja. Nee. Ja, durf maar.’

Die binnenwereld vind ik in de stilte.

Er is zoveel afleiding van buitenaf. We zijn zo gewend om in de buitenwereld te leven. Ik merk het ook aan mezelf, bijvoorbeeld met mijn telefoon. Ik kan er de hele dag mee bezig zijn, dan heb ik contact met iedereen. Dat is fijn, want de technologie helpt echt te verbinden. Maar ik kan mezelf er ook ontzettend in verliezen.

Ik maak daarom bewust tijd voor mijn eigen binnenwereld.

Bijvoorbeeld door te gaan lopen in het bos, naar muziek te luisteren of een boek te lezen dat me raakt. Om je levensdoel te vinden, kun je dus meer gaan luisteren naar wat er in jezelf gebeurt.

Ook als het stil is, hoor je dat innerlijke stemmetje niet altijd meteen.

Voor mij helpt het dan om naar mijn lijf te ‘luisteren’. Via mijn lijf kom ik te weten wat er van binnen gebeurt. Dat zal ik uitleggen.

We hebben ons lichaam gekregen. Over het algemeen zijn we vooral bezig om vanuit ons hoofd te leven. De gedachten tateren maar door. Die gedachten zetten ons in beweging. Ik heb gemerkt dat wanneer ik meer contact met mijn hele lijf maak, dat ik ook aan mezelf kan vragen: ‘Hoe is het met mij? Wat is er nu?’ Op die manier kan ik voelen dat ik pijn heb in mijn buik.

Of dat ik ergens enthousiast van word, omdat het gaat kriebelen. Of dat ik een grote lach op mijn gezicht heb, omdat ik ergens blij van word of iets heel leuk vind. Ik kan ook merken of ik iets gemakkelijk doe of iets met tegenzin doe. Of een stuk van mezelf helemaal niet gebruik.

Van die dingen kun je je bewust worden en dat kun je verder gaan ontwikkelen, door jezelf en je eigen lijf te observeren. Heel nieuwsgierig, als een onderzoeker. ‘Hé, wat gebeurt hier nou? Hier moet ik eens meer van weten. Waar komt dit vandaan? Wat heeft me dit te zeggen?’

Zo leer je jezelf veel beter kennen.

Dit heeft ook met leeftijd te maken. Toen ik 25 was volgde ik een training in persoonlijke ontwikkeling. Daar heb ik geleerd om te beseffen dat er een buitenwereld is waarin van alles gebeurt, waar ik geen slachtoffer van ben.

Ik heb een keuze in hoe ik me daartoe verhoud. Dat was wel even wennen, want ik kon niet meer wijzen naar een ander: ‘Jij maakt mijn leven vervelend.’ Ik werd zelf verantwoordelijk voor mijn leven.

Tegelijkertijd gaf me het veel kracht en de mogelijkheid om mijn vertrouwen in mezelf te vergroten. Want als ik degene ben, die met mijn keuzes bepaalt hoe mijn leven eruit ziet, dan kan en mag ik daaraan werken. Dat is niet altijd leuk geweest.

Ik kwam soms ook dingen van mezelf tegen die niet leuk waren. Ik wilde bijvoorbeeld zo graag controle houden op het leven. En dat moest ik allemaal loslaten. Nou, toen kwam ik ook mijn angst tegen.

Maar het heeft me ook zoveel vrijer gemaakt. Daar is het voor mijn gevoel echt begonnen, stapje voor stapje voor stapje. Zo kreeg ik een glimp van wat er wil gebeuren in mijn leven.

Zo kreeg ik toegang tot mijn intuïtie, die zachte stem van binnen. Met als gevolg dat ik nu, negentien jaar later, steeds meer een vermoeden heb van mijn levensbestemming. Daarin ben ik niet uniek. Zo werkt het ook voor jou.

Loopbaanbegeleider Femmy Wolthuis

LEES MEER: Een gelukt leven

Wat is geluk precies? En wat heeft het te maken met ‘goed leven’? De Oude Griek Aristoteles had een theorie over, net als de hedendaagse Amerikaanse psycholoog Seligman. The School of Life-docent Franka Karsten laat zien wat die inzichten voor jou kunnen betekenen.
Tekst: Franka Karsten.

Op dit moment zit ik achter mijn laptop te typen. Ik schrijf een stuk over geluk met als belangrijkste vraag: ‘Wat is geluk?’ Net zoals de les die ik geef bij The School of Life.

Ik vraag me af of ik nu gelukkig ben, nu ik dit schrijf.

Mwah… Ik kraak mijn hersens en voel enige frustratie, want hoe ga ik er nou voor zorgen dat dit artikel het leukste en best gelukte artikel ooit wordt?

Nee, nu ben ik niet gelukkig. Nu ben ik gefrustreerd en ik hoop dat die frustratie overgaat in een flow-ervaring.

Ik pak een reep chocola. Natuurlijk één van fairtrade-merk Tony Chocolonely, want ik ben (hoe goed!) begaan met de wereld en het welzijn van anderen. Ben ik nu gelukkig?

Ja, de chocola helpt me, voor even. Voelen hoe goed ik begaan ben met de wereld helpt ook, en dat gevoel blijft iets langer hangen dan het genot van de chocola alleen.

Maar wat is nou geluk? En wat is een gelukt leven?

Voordat we het over ‘het gelukte leven’ gaan hebben, hebben we een basis nodig van waaruit we kunnen gaan onderzoeken wat geluk nu eigenlijk is.

Daar stuiten we gelijk op een enorm probleem, want het antwoord op de vraag of je gelukkig bent kan zowel gaan over de korte termijn, als over de lange termijn gaan. Het kan refereren aan een specifiek moment of aan een algemene voortgaande situatie.

Het kan gaan over het gevoel van geluk en blijdschap, of een antwoord zijn op de vraag hoe goed je leven als geheel verloopt en of je zingeving ervaart.

Er zit nogal wat verschil in de vraag naar hoe gelukkig je gisteren was en naar hoe gelukkig je bent over je leven als geheel.

Voorbeeld: alle onderzoeken over de vraag of het hebben van kinderen ons nu echt gelukkiger maakt.

Als je op een willekeurige dag in de week zal vragen aan een vader van twee kinderen of hij op het moment dat zijn oudste ‘per ongeluk’ op de muur heeft getekend, de jongste buikgriep heeft en de hele dag loopt te huilen, de poes het konijn van de buren heeft vermoord, het eten op dat moment aanbrandt, en de diarree op de muren zit, dan durf ik dat te betwijfelen.

Dan zal diegene die rustig op de bank zonder kinderen een kopje thee drinkt en chocola eet waarschijnlijk een hogere score van geluk halen.

Maar als je de vraag anders stelt en vraagt hoe ze hun leven als geheel beoordelen, waarbij het dus meer gaat over een gevoel van zingeving en geluk over het geheel van hun leven, dan zal de vader wellicht uitkomen op een hogere geluksscore. Kinderen zorgen bij veel ouders namelijk voor een gevoel van zingeving.

Dit onderscheid wordt helder in de theorie van psycholoog en schrijver Martin Seligman. Hij is een van de grondleggers van de positieve psychologie. Het is een stroming in de psychologie die graag kijkt naar de positieve kant van mensen, in plaats van ze telkens als neuroten of patiënten te beschouwen.

Seligman is druk in de weer geweest met denken over geluk en wat dat nu eigenlijk is. Hij en zijn collega’s hebben ook allerlei tests ontwikkeld die je op de site kunt doen.

Daar kan je bijvoorbeeld kijken wat je kwaliteiten zijn en daar aandacht aan besteden. Dat draagt volgens de positieve psychologie al meer bij aan je geluksgevoel dan telkens nadenken over waar je minder goed in bent.

De verschillende beschrijvingen van geluk door Seligman vind ik interessant. Hij maakt een drietrapsonderscheid als hij uitlegt wat een gelukkig leven is. Dat doet hij zo:

Er is ‘The Pleasant Life’, welke staat voor plezier, positieve emoties en genot, zoals het kopje thee en de reep chocola.

De tweede trap is ‘The Engaged Life’. Het betekent betrokkenheid of verbondenheid met anderen en de wereld. Het is iets waar je helemaal in op kunt gaan, ook wel ‘flow’ genoemd.

En dan is er nog ‘The Meaningful Life’: het gevoel van zingeving waarin je je talenten inzet voor iets dat groter is dan jezelf. Het hebben van kinderen kan hier bijvoorbeeld aan bijdragen. Of het behalen van een vooraf gesteld doel, waardoor je het gevoel van zingeving ervaart. Per persoon verschilt het wat bijdraagt aan een zingevingsgevoel.

De drie soorten geluk die Seligman onderscheidt kun je beïnvloeden, maar volgens hem is het beïnvloeden van The Pleasant Life kortdurend en oppervlakkig.

Je kunt leuke dingen doen, van het ene hoogtepunt naar het andere proberen te leven, maar per saldo word je er niet veel gelukkiger van.

Waar je wel gelukkig van wordt: van het echt opgaan in iets, en van betekenis geven aan je leven, op welke manier dan ook.

Heb je dat geluk dan dus ook volledig in eigen hand?

In de moderne wereld wordt er vaak gedacht in maakbare termen van leven. Zo denkt bijvoorbeeld 60% van de Amerikanen dat arme mensen rijk kunnen worden als ze maar hun best doen. In Europa zijn 29% van de mensen daarvan overtuigd.

Ook wordt er vaak op deze wijze over geluk nagedacht.

Het is dan ook niet verbazingwekkend dat veel van de (zelfhulp)boeken en theorieën tegenwoordig gaan over hoe je zelf je geluk in de hand hebt.

Het idee van de maakbare mens en maakbare wereld is ontstaan in de Verlichting.

In de Verlichting werd de mens zelf middelpunt van het bestaan en werd de basis gelegd voor ons hedendaagse idee dat je zelf de regisseur bent van je leven en dus ook van je eigen geluk.

Sommige mensen zijn bang dat ze niet vaak genoeg gelukkig zijn, omdat ze leven in de verwachting dat het leven wel erg leuk is. Dat streven naar geluk zorgt ervoor dat zij, hoe paradoxaal ook, wat ongelukkig kunnen worden, zoals ook blijkt uit de documentaire van Floris.

Floris kwam er achter dat veel mensen geluk zien als een streven, als een doel in het leven dat je moet behalen.

Dat inzicht heeft iets weg van de Griekse filosoof Aristoteles, hoewel er ook een interessant verschil is.

Aristoteles leefde rond 350 voor Christus.

Volgens hem was het gelukkige leven het hoogste doel van de mens. ‘Telos’ betekent doel en Aristoteles ontwikkelde dan ook een zogenaamde teleologische ethiek. Het menselijk leven had een doel en dat was een gelukkig leven te leiden.

Maar wat is dat dan ‘een gelukkig leven’?

Volgens Aristoteles was het gelukkige leven een bewonderenswaardig leven, een leven dat gelukt is.

Maar wat is dan een bewonderenswaardig, gelukt leven?

Aristoteles zegt dat alle dingen van nature naar een doel streven. Een eikel heeft het doel een eikenboom te worden. Het doel van een mens is om een goed, gelukt mens te worden. Het leven moet een bepaalde kant opgaan en volgens Aristoteles dan wel de goede kant.

Wie bijvoorbeeld een taart bakt die mislukt is kan niet zeggen ‘kijk eens wat een goed gelukte taart’. Zo zat het volgens Aristoteles ook met het mensenleven.

Maar wanneer is een mensenleven gelukt? Daarvoor moet je eerst vragen: ‘Wat is een mens?’ Een mens is volgens Aristoteles een ‘animal rationale’: een rationeel dier.

Kort gezegd moet het rationele deel in de mens het irrationele deel een beetje in bedwang houden. Het irrationele deel van de mens gaat namelijk vaak tegen de rede in. Denk aan dingen zoals begeerte, streven en lust.

Die verlangens zijn wel door de rede beheersbaar en kunnen door de rede naar het pad van het juiste midden worden gestuurd.

Daar, op het pad van het juiste midden, vindt men de deugd.

Het juiste midden, de deugd, ligt altijd tussen twee uitersten in. Moed is bijvoorbeeld het juiste midden tussen roekeloosheid en lafheid.

De functie van een mens is om goed te ‘mensen’.

Dat doe je volgens Aristoteles door de deugd: je moet als mens gaan deugen. De mens moet zichzelf als redelijk wezen optimaal realiseren.

Als dat lukt, dan kan je voortreffelijk worden. En als je voortreffelijk wordt, dan bereik je het hoogste doel: een gelukkig, bewonderenswaardig gelukt leven.

Je zou van Aristoteles dus niet zo op zoek hoeven naar het gelukkige leven, maar eerder een deugdzame houding in het leven moeten ontwikkelen. Dan kan je een gelukt leven leiden, want een gelukt leven zorgt waarschijnlijk ook voor een gelukkig leven.

Mijn tekst is daarmee klaar. De chocoladereep is op. Ik ben tevreden.

Ben ik dan nu ook gelukkig?

Oh help, wat een vraag!


Franka Karsten is docent bij The School of Life. In de les ‘Wat is geluk?’ legt ze uit hoe het denken over geluk door de eeuwen heen veranderd is. Franka geeft antwoord op vragen als: Moet geluk een levensdoel zijn? Waar begon het grote najagen van geluk? En hoe ga je om met ongeluk? Beluister ook de documentaire.

Geluksdocent Franka Karsten

LEES VERDER

Leessuggesties als je onze samenleving en geluksobsessie beter wilt begrijpen:

  • Dirk De Wachter – Liefde, een onmogelijk verlangen? (Uitgeverij Lannoo Campus)

    De Vlaamse psychiater en hoogleraar Dirk De Wachter trekt van leer tegen het valse geluk. “Geef de liefde de status die ze verdient, weg van de Hollywoodiaanse nepparadijzen en wellnessweekends.”

  • Joep Dohmen – Brief aan een middelmatige man (Uitgeverij Ambo)

    Hoogleraar humanistiek Joep Dohmen onderzoekt wat het betekent om jezelf echt te ontwikkelen, los van het consumptiegeluk.

Heb jij een tip voor een boek of artikel?

Geef het door via het reactieformulier.

Leessuggesties om jezelf persoonlijk verder te ontwikkelen:

  • Irene van Lippe-Biesterfeld – Leven in verbinding (Uitgeverij Ankh-Hermes)

    Dit boek uit 2010 is samengesteld uit lezingen van Prinses Irene en gesprekken die zij voerde met hoogleraar Matthijs Schouten. De boodschap van Prinses Irene: Wij zijn onderdeel van alles dat leeft en het is onze uitdaging om ons daarnaar te gedragen.

  • Stephen Covey – De zeven eigenschappen van effectief leiderschap (Uitgeverij Business Contact)

    De klassieker uit 1989. Met de bekende oefening: ‘Schrijf je eigen begrafenisspeech.’ Om er achter te komen waar het je om gaat in dit leven.

OVER

Dokter, ik moet gelukkig zijn is een initiatief van Floris Alberse in samenwerking met de VPRO en het programma RadioDoc (VPRO/NTR) op NPO Radio 1.

Aan de documentaire en het artikel werkten mee:

Dirk De Wachter, psychiater, auteur en hoogleraar KU Leuven
Franka Karsten, docent The School of Life
Floris’ ouders
Femmy Wolthuis, loopbaanbegeleider en coach Universiteit van Amsterdam
Ben Steeman, psycholoog, trainer en coach bij Steeman HRD
Prinses Irene, auteur en voorzitter van het NatuurCollege

Research en regie documentaire: Floris Alberse
Techniek documentaire: Berry Kamer
Eindredactie documentaire: Anton de Goede
Ontwikkeling website: Lo Hermsen
Foto Prinses Irene: Bob Bronshoff

Uitzending: 18 oktober 2015 om 21.02

Over Floris
Floris Alberse (1987) is documentairemaker en gespreksleider. Hij maakt met enige regelmaat radiodocumentaires voor RadioDoc van de NTR/VPRO op NPO Radio 1. Daarnaast regisseert hij zijn eerste televisiedocumentaire voor Het Uur van de Wolf (NTR op NPO 2).

Als gespreksleider leidt Floris regelmatig bijeenkomsten, zoals teamsessies, conferenties en inspraakavonden. Floris is opgeleid als socioloog (MSc) en journalist (MA) aan de Universiteit van Amsterdam en de Humboldt Universität in Berlijn.

Floris volgt een 3-jarige opleiding in het begeleiden van mensen, teams en organisaties in verandering. Eerder was Floris redacteur bij o.a. Pauw & Witteman. Nog meer over Floris vind je op zijn website.

REAGEER

Wil je reageren op het project? Je eigen ervaringen delen? Heb je lees- luister- of kijktips waar je andere bezoekers van deze website op wilt wijzen?

Of wil je in contact komen met Floris of één van de andere mensen die betrokken zijn bij het project?

Vul dan dit formulier in om Floris te mailen. Je kunt hem ook direct mailen op floris@florisalberse.nl of bereiken op 06 45789808.

Je naam

Je e-mailadres

Onderwerp

Je bericht